Hoe werkt pensioen in Nederland en wat krijgt u straks echt?
Wat krijgt u straks aan pensioen? Ik zet AOW, werkgeverspensioen en eigen aanvulling naast elkaar, leg het nieuwe stelsel uit en reken een voorbeeld door.
Een grafisch ontwerper in Eindhoven wordt vijftig en logt voor het eerst in op mijnpensioenoverzicht.nl. Ze ziet drie fondsen van drie werkgevers, een AOW-bedrag dat lager is dan ze dacht, en een gat dat ze niet had zien aankomen. Haar opbouw blijkt over zes plekken verdeeld, en niemand heeft ooit het totaalbeeld voor haar op een rij gezet.
Dat totaalbeeld probeer ik in dit stuk te geven. Ik leg de drie pijlers naast elkaar, loop het nieuwe stelsel langs en reken één voorbeeld door, zodat u kunt zien hoe uw eigen situatie eruitziet.
De drie pijlers van het Nederlandse pensioen
Uw inkomen na uw werkzame leven bestaat uit drie lagen, en elke laag wordt op een andere manier gevuld. De eerste pijler is de AOW, de tweede is de regeling via uw werkgever of bedrijfstak, de derde is wat u zelf bijspaart.
De eerste pijler is een basisinkomen voor iedereen die in Nederland heeft gewoond of gewerkt. U bouwt per jaar 2 procent op, over een periode van vijftig jaar. Wie volledig in Nederland woonde tussen het vijftiende jaar en de AOW-leeftijd, komt dus op 100 procent. De AOW wordt betaald uit de belastingen en premies van de mensen die op dat moment werken. U spaart er zelf dus niets voor bij, het is een omslagstelsel.
De tweede pijler bouwt u op via uw dienstverband. Uw werkgever sluit zich aan bij een pensioenfonds of een verzekeraar, en elke maand gaat er een deel van uw salaris naartoe, meestal betaald door werkgever en werknemer samen. Wie in loondienst is, bouwt vaak in dit tempo op zonder dat het opvalt, omdat de premie al van het brutoloon wordt gehouden.
De derde pijler is vrijwillig. Dat is een lijfrente, banksparen voor pensioen of vermogen dat u bewust opzijzet. Voor zzp'ers is dit de belangrijkste pijler naast de AOW, omdat er geen werkgever is die voor een tweede pijler zorgt.
AOW, werkgeverspensioen en eigen aanvulling
De AOW is een vast bedrag dat afhangt van uw leefsituatie, niet van uw salaris. Een alleenstaande krijgt meer dan iemand die samenwoont, omdat samenwonenden de kosten delen en elk een lager bedrag ontvangen. De actuele bedragen staan op de site van de Rijksoverheid, en ze worden regelmatig aangepast. De AOW-leeftijd ligt nu op 67 jaar en schuift mee met de levensverwachting, dus iemand die nu 40 is, stopt waarschijnlijk later met werken dan op 67.
Wie niet zijn hele leven in Nederland woonde, krijgt een korting op de AOW. Per jaar buiten Nederland mist u 2 procent. Een ondernemer die twaalf jaar in het buitenland woonde, krijgt dus ongeveer een kwart minder dan het volledige bedrag. Dat gat vult geen enkel fonds op, daar moet u zelf voor sparen.
Het werkgeverspensioen is het deel waar het meeste verschil tussen mensen zit. Het hangt af van uw salaris, uw aantal dienstjaren en de afspraken in uw sector. Een verpleegkundige bij een ziekenhuis bouwt op bij een andere regeling dan een controller bij een middelgroot productiebedrijf, ook als ze hetzelfde verdienen. Verder bouwt u vaak op over het deel van uw salaris dat boven een bepaalde grens ligt. Over het eerste deel van het salaris regelt de AOW al een basis, daarom wordt dat deel in veel regelingen niet meegeteld.
De eigen aanvulling is voor wie een gat ziet. Een zzp'er die jaarlijks 8.000 euro in een lijfrente stopt, mag dat onder voorwaarden aftrekken van het belastbaar inkomen. De ruimte daarvoor heet de jaarruimte, en de Belastingdienst rekent die voor u uit op basis van uw inkomen en wat u al opbouwt. Wie in loondienst al veel opbouwt, heeft weinig jaarruimte over. Wie geen werkgeverspensioen heeft, heeft juist veel.
Wat verandert er met het nieuwe pensioenstelsel

Het nieuwe stelsel verandert de manier waarop uw opbouw en uitkering werken, niet de AOW. Het gaat om de Wet toekomst pensioenen. Fondsen stappen in fasen over, en dat moet uiterlijk op 1 januari 2028 zijn afgerond. Welk jaar voor uw fonds geldt, verschilt per fonds, dus dat zoekt u op bij uw eigen uitvoerder.
Het grootste verschil is dat uw opbouw straks een persoonlijk potje is. In het oude stelsel kreeg u een belofte, bijvoorbeeld een vast percentage van uw gemiddelde salaris, en het fonds moest die waarmaken. In het nieuwe stelsel betaalt u een premie, die wordt belegd, en uw uitkering volgt uit wat er in het potje zit. Gaat het goed met de beleggingen, dan stijgt uw uitkering mee. Gaat het slecht, dan kan het ook dalen.
De premie wordt ook anders berekend. Vroeger was die voor iedereen hetzelfde percentage, ongeacht leeftijd. Dat noemen we de doorsneepremie. Jongeren betaalden daardoor relatief te veel en ouderen relatief te weinig. In het nieuwe stelsel is de premie hetzelfde percentage maar de opbouw verschilt per leeftijd, omdat jonge jaren langer kunnen renderen. Voor mensen van rond de vijftig kan dat in de overgang gevolgen hebben, en daarom hebben veel fondsen compensatieregelingen opgezet.
Voor u als deelnemer betekent het één ding in de praktijk. Het bedrag in uw overzicht wordt een verwachting met een bandbreedte, geen vaste zekerheid meer. Dat vraagt om een ander soort planning dan een controller gewend is bij een salaris, namelijk met een marge voor tegenvallers.
Hoeveel pensioen heeft u nodig voor uw levensstijl
U heeft ongeveer 70 procent van uw laatste salaris nodig, maar dat getal is een vuistregel en geen wet. Het Nibud werkt met uitgavenpatronen per huishouden, en daar ziet u dat vaste lasten na pensionering vaak lager liggen, bijvoorbeeld omdat de hypotheek is afgelost of de kinderen het huis uit zijn. Reizen en zorg kunnen daar juist boven komen.
Een rekenvoorbeeld met een aanname die u zelf kunt aanpassen. Een alleenstaande werknemer verdient 48.000 euro bruto per jaar. Zeventig procent daarvan is 33.600 euro per jaar, ofwel 2.800 euro bruto per maand. Neem aan dat de AOW voor een alleenstaande rond de 1.600 euro bruto per maand ligt. Die aanname moet u controleren met het actuele bedrag. Dan moet de werkgeversregeling ongeveer 1.200 euro bruto per maand opleveren om op dat doel uit te komen.
Het maakt een groot verschil hoe uw huishouden eruitziet. Twee partners die allebei samenwonend AOW krijgen, ontvangen samen minder dan twee alleenstaanden. Een stel in Utrecht met één hoog en één laag inkomen heeft dus een ander doelbedrag dan twee mensen met gelijke salarissen. Reken daarom per huishouden, niet per persoon.
Het bedrag is bovendien bruto. Over AOW en aanvullende uitkeringen betaalt u belasting, al is het tarief voor mensen boven de AOW-leeftijd in de eerste schijf lager. Wat u netto overhoudt, ziet u pas als u het uitrekent met een planningstool of een gesprek met een adviseur. Bekijk meer artikelen over Pensioen.
Zo bekijkt u uw eigen pensioenoverzicht

Uw complete overzicht vindt u op mijnpensioenoverzicht.nl, waar u inlogt met DigiD. Daar staan de AOW en alle regelingen van uw eerdere en huidige werkgevers bij elkaar. De informatie komt uit het pensioenregister, dus u hoeft niet bij elk fonds apart aan te kloppen.
Begin met drie getallen. Kijk eerst naar het bedrag dat u bij uw pensioendatum zou krijgen als u tot die leeftijd doorwerkt. Kijk dan naar het bedrag als u vandaag zou stoppen met werken, dat noemen ze het opgebouwde bedrag. Het verschil tussen die twee is wat u de komende jaren nog moet opbouwen.
Controleer daarna per regeling of er nog een uitkering voor uw partner bij zit en wat dat bedraagt. Veel mensen weten niet dat er bij overlijden een uitkering is voor hun partner, of dat die juist ontbreekt. Voor een gezin met een hypotheek is dat een van de eerste dingen die ik zou checken.
Ziet u een oud fonds waar u niets van wist, bel dan de uitvoerder. Kleine bedragen van een eerdere werkgever kunnen soms worden overgedragen, maar dat hangt af van de regeling, dus vraag het na voordat u iets beslist.
Veelgemaakte fouten bij pensioenplanning
De grootste fout is aannemen dat het wel goed zit. Uit gesprekken met zzp'ers en mkb-eigenaren hoor ik vaak dat het bedrijf de oudedagspot is, en dat de verkoop ooit alles oplost. In de praktijk blijkt dat vaak anders. Een bedrijf verkopen kost tijd, de waarde hangt van de markt af, en een koper wil vaak niet betalen voor een bedrijf dat draait op de eigenaar zelf.
Een tweede fout is de jaarruimte laten liggen. Een zzp'er die jaren geen lijfrente stort, kan onder voorwaarden een deel van de ruimte later alsnog benutten, maar dat is beperkt in tijd. Wie het uitstelt tot het zesde jaar, mist een deel van het voordeel. De exacte regels vindt u bij de Belastingdienst.
Een derde fout is alleen naar het eindbedrag kijken. Een uitkering van 1.200 euro bruto per maand lijkt veel, maar met inflatie is de koopkracht over twintig jaar lager. Vraag bij uw fonds of de uitkering meestijgt met de prijzen en onder welke voorwaarden. In het nieuwe stelsel hangt dat af van de beleggingsresultaten.
De vierde fout is te laat beginnen. Wie op zijn dertigste 100 euro per maand opzij zet, heeft dertig jaar rendement. Wie op zijn vijftigste begint, heeft twintig jaar en moet dus veel meer inleggen voor hetzelfde resultaat. Het bedrag zelf doet er dan minder toe dan de startdatum.
Veelgestelde vragen
Hoeveel pensioen krijg ik gemiddeld?
Dat verschilt sterk per persoon, omdat het afhangt van uw salaris, uw dienstjaren en of u in loondienst of als zzp'er werkte. Een vuistregel is een totaal van ongeveer 70 procent van uw laatste salaris, inclusief AOW. Uw eigen bedrag ziet u op mijnpensioenoverzicht.nl.
Wat is het verschil tussen AOW en pensioen?
De AOW is de basis die de overheid betaalt aan iedereen die in Nederland heeft gewoond of gewerkt, en die staat los van uw salaris. De aanvulling is wat u opbouwt via uw werkgever, en eventueel via eigen sparen. Samen vormen ze uw inkomen na uw werkzame leven.
Waar zie ik mijn opgebouwde pensioen?
Op mijnpensioenoverzicht.nl, waar u met DigiD inlogt en alle regelingen en uw AOW op één plek ziet. Log vandaag nog in, noteer drie bedragen (AOW, werkgeversregeling en partneruitkering) en zet in uw agenda wanneer u dit het volgend jaar opnieuw bekijkt.